Adopties uit Guatemala vinden al jarenlang plaats. Tot 1996 kwamen er slechts enkele kinderen per jaar naar Nederland. Dit ging altijd via een “zelfdoe-procedure”, omdat er geen vergunninghouders waren die een vast contact hadden in Guatemala. De meeste Guatemalteekse kinderen die naar het buitenland werden geadopteerd gingen naar Amerika en Canada.
In oktober 1994 ontmoette Ilonka op de KLM-vlucht Guatemala-Amsterdam Helen de Rosal die een adoptiekindje wegbracht naar Parijs. Ilonka en haar man Wolter hadden juist besloten om via een zelfdoe-procedure te adopteren, omdat de wachttijden destijds erg lang waren.
In de zomer van 1995 zijn ze beiden naar Guatemala gegaan om de noodzakelijke informatie voor het Ministerie van Justitie over adopties via het kindertehuis van Helen te verzamelen. Na de gebruikelijke problemen om een zelfdoe-contact goedgekeurd te krijgen, was er in oktober 1995 een beginseltoestemming. Binnen enkele weken kregen ze een voorstel en in december konden ze hun dochtertje Davita in Guatemala ophalen.
In het huis van Helen, waar Wolter en Ilonka destijds 7 weken verbleven, werden op dat moment circa 10 kinderen opgevangen, die allen in afwachting waren van een adoptie naar Amerika. Vanwege de uitstekende opvang en verzorging van de kinderen bij Helen thuis en het goede verloop van een zorgvuldige procedure, groeide de overtuiging dat het geweldig zou zijn als er meer kinderen via Helen naar Nederland zouden kunnen komen. Al snel diende zich via-via meer belangstellende ouders aan bij Wolter en Ilonka, die inmiddels een informatiefolder hadden gemaakt over de Guatemalteekse adoptieprocedure. In de twee jaar daarna zijn zo 18 Guatemalteekjes via een zelfdoeprocedure naar Nederland geadopteerd.
Eind 1997 ontstond de situatie dat Helen drie baby’s voor adoptie had, waarvoor het inmiddels wijdverbreide netwerk in Nederland geen ouders wist. Aangezien het als niet-vergunninghouder verboden is om te bemiddelen, kon niet actief gezocht worden naar belangstellende ouders. Het was erg frusterend om te weten dat veel mensen bij vergunninghouders op wachtlijsten stonden en niet te benaderen waren, terwijl er in Guatamala kinderen waren die naar Nederland konden worden geadopteerd. Eerst is toen onderzocht of het mogelijk was om met een groep zelfdoeners zelf vergunninghouder te worden om de adopties uit Guatemala te kunnen begeleiden. Het Ministerie van Justitie boorde dit idee al snel de grond in, omdat het van mening was dat er al teveel vergunninghouders waren. Er zou geen vergunning worden verleend.
Uiteindelijk was in 1998 de Stichting Kind en Toekomst bereid om het contact Helen de Rosal over te nemen en kon worden zekergesteld dat het contact tussen Helen en Nederland in stand zou blijven. Hierdoor werd de adoptie vanuit Guatemala via een reguliere wachtlijst mogelijk voor alle ouders in Nederland die wilden adopteren. Door de goede band tussen Kind en Toekomst en Helen de Rosal kon Guatemala een belangrijk adoptieland worden voor Nederland.
Op 21 februari 2000 hebben een aantal ouders het initiatief genomen om Guateninos op te richten. In mei van dat jaar waren de folders klaar en werd gewerkt aan een eerste nieuwsbrief die in september verscheen. In korte tijd waren meer dan 50 gezinnen lid. Dit ledenaantal groeide snel door naar ruim 120 en vertegenwoordigd daarmee vrijwel alle gezinnen die vanuit Guatemala hebben geadopteerd.
In 2002 werden de adopties vanuit Guatemala vanwege een aantal misstanden in een kwaad daglicht gesteld. Hierop heeft de Minister van Justitie besloten de Guatemalteekse adopties naar Nederland tot nader order op te schorten. In deze periode heeft Guateninos enige tijd de rol van belangenorganisatie vervuld.